Pastoors van De Parochie St.Lambertus Neerharen

 

DE PASTOORS VAN NEERHAREN 

We spoorden in ons parochiearchief de namen op van de pastoors van Neerharen
En slaagden erin af te dalen tot in 1545.
In een tijdsspanne van 400 jaar maakten we kennis met 27 pastoors, waarvan sommige zeer kort maar ook andere opvallend lang hier vertoefden. Zo kenden wij een zekere pastoor Vanderhoeven, ook in Neerharen geboren, die 44 jaar bij ons verbleef.
Het record werd echter geslagen door pastoor Wouters, die hier stierf in hoge ouderdom van 87 jaar en 55 jaar lang pastoor was van onze parochie.

Vanaf 1545 vonden wij volgende namen :

    1. SIMON BROUWERS 1545-1560
    2. EMILE JAMAR   1560-1580
    3. CONRAD GROULAERTS   1580-1599
    4. THEODOOR ESTERNEL   1599-1606
    5. GUILLAUME CABO   1606-1627
    6. SEVERIN BURTHON   1627-1645
    7. ALBERT DAEMS   1645 1672   

In onze oude boeken vonden we enkele nota’s over pastoor Daems, die 27 jaar lang herder   was van onze parochie. Wij lezen over hem, dat hij elk jaar een ganse week de Mis ging lezen op het grafelijk kasteel voor de zielenrust van de bloedverwanten van de graaf.
Als vergoeding mocht hij zijn koeien in de weide van de hoge heer laten grazen. In die oude tijd hielden de pastoors, om te kunnen leven, er een boerderijke en zelfs koeien er op na. Doch in 1649 raakte onze pastoor in onenigheid met de graaf, die te zeer de baas wilde spelen in zijn parochie. De graaf verbrak de overeenkomst en de pastoor zijn koe mocht niet meer grazen in de grafelijke weide. Erger nog, in 1664 legde de graaf een leenheffing op de pastorale en kerkelijke goederen, wat in strijd was met de wet. Pastoor Daems stierf plots op 25 februari 1672.
   

VIII   JAN MEEX   _1672-1678

Pastoor Jan Meex was geboren in Rekem en was daar eerst enkele jaren kapelaan. Hij speelde in Rekem, waar hij bleef wonen ook na zijn benoeming te Neerharen,een niet keurige rol. De pastoor van Rekem, Christiaan Ghilsen, lag overhoop met de kasteelheer, die zelfs klachten over hem naar Rome stuurde om hem weg te krijgen. Pastoor Meex profiteerde van deze toestand en trachtte bij de graaf in de gunst te komen.
De graaf bekwam van de bisschop, door middel van zijn broer, kanunnik te Luik, de afzetting van pastoor Ghilsen en de benoeming van Meex tot pastoor te Rekem. Pastoor Ghilsen werd uit de pastorie gezet en pastoor Meex deed er zijn intrede.
Ondertussen had men echter te Rome de zaak met meer ernst onderzocht en indringer Meex werd in de kerkban geslagen. Ondanks alles bleef Meex met de steun van de graaf zijn werk te Rekem voortzetten. Maar als Meex de mis deed, bleef de kerk leeg, met uitzondering natuurlijk van de graaf en zijn personeel. Van hogerhand werd uiteindelijk Meex uit de pastorie gezet. In zijn laatste
levensjaren verzoende hij zich met de kerk en stierf te Rekem op 11 maart 1710. Men zegt, dat hij nabij de petronellakapel begraven ligt.
 

 

 

IX   ALBERT MESKENS   1678-1680

Om pastoor Meex op te volgen werd Albert Meskens naar Neerharen gestuurd. Vanwege de moeilijke opvolging kon deze echter hier niet wennen, want hij arriveerde in 1678 en vertrok al in 1680. De oorzaak van zijn vroegtijdig vertrek lag in de droeve erfenis die hij aantrof.
Vooreerst vond hij een verwaarloosde pastorie, die vijf jaar lang had leeg gestaan, omdat zijn voorganger in Rekem was blijven huizen. Bovendien lag hij vanaf zijn aankomst in ongenade met de graaf, die met lede ogen zijn vriend Meex van het toneel zag verdwijnen. Vanwege deze omstandigheden besloot pastoor Meskens zijn verplaatsing aan te vragen.
Na nauwelijks een verblijf van twee jaar werd hij benoemd tot pastoor van Stein, dat destijds ook deel uitmaakte van het bisdom Luik. Daar leefde hij nog 27 jaar en stierf er in 1707.
 

 

 

X   HERMAN WOUTERS   1680-1735  

Pastoor Wouters was geboortig uit Grootloon en verbleef hier meer dan 50 jaar. Bij zijn aankomst vond hij de pastorie steeds in een vervallen toestand. Ook de in de tiende eeuw opgerichte kerk was er ellendig aan toe. (de huidige kerk werd gebouwd in 1878)
Hij vond nog geen godslamp voor het tabernakel en moest het stellen zonder sacristie.
Enkel achter het altaar op het koor trof hij een kleine kast aan, waarin zich een armzalige voorraad gewaden bevond. Bovendien bleven hem geen tegenslagen gespaard. Bij een inbraak in de kerk werd de enige zilveren kelk gestolen en moest hij zich, bij opdragen van de mis bedienen van een simpele tinnen pot. Tot overmaat van ramp werd in 1701 ook nog de kerk geplunderd door rondzwervende soldaten, die doopvont en heiligenbeelden in scherven sloegen.
In zijn laatste levensjaren kreeg hij de hulp van een assistent Conrad Sneewarts.
Toen deze echter in 1735 overleed, verloor hij de moed en gaf zijn ontslag.
Hij bleef echter wonen in Neerharen, waar hij in de hoge leeftijd van 87 jaar overleed op 3 november 1739.

 

 

XI   HERMAN VINKENROY   1735-1747  

Pastoor Vinkenroy was afkomstig van Kortessem en stond bekend als een zeer ijverig priester, die vooral het geestelijke ter harte nam. Hij was o.a. de oprichter van het broederschap van de H. Rozenkrans, dat thans nog bestaat en waarvan als oprichtingsdatum in de nog bewaarde bulle 12 november 1742 vermeld staat.
Ook voor het stoffelijke van de parochie had hij belangstelling, want als unicum verhalen onze archieven, dat hij van zijn overheid de toelating bekwam een brouwerij in zijn pastorie in te richten met de bedoeling hier voordeel uit te halen voor kerk en pastorie.
Hij ging zelfs hiervoor een lening aan bij twee oude juffrouwen uit het begijnhof te Hasselt.
De onderneming viel echter tegen, zodat zijn opvolger besloot zich weer van de brouwerij te ontdoen en te verkopen. Pastoor Vinkenroy overleed op 7 maart 1747.
 

 

 

XII   NICOLAAS VANDERHOEVEN   1747-1791  

Na pastoor Wouters, die meer dan 50 jaar aan het hoofd van onze parochie stond, komt het langste verblijf met 44 jaar toe aan Nicolaas Vanderhoeven. Opvallend is, dat hij een kind uit eigen parochie was, want in ons doopregister staat zijn naam ingeschreven op 4 oktober 1714.
Het is niet uitgesloten,dat zijn naam gelijk loopt met Vanderhoven, daar in de loop der tijden een naam gemakkelijk bloot stond aan verandering van uitspraak en/of schrijfwijze. In elk geval zijn beide familienamen nu nog in de streek en omgeving gekend.
Pastoor Vanderhoeven begon zijn loopbaan als kapelaan aan de Sinte Catharinakerk te Maastricht en kwam op de leeftijd van 33 jaar terug naar zijn geboorteplaats Neerharen.
Een zijner neven bekleedde hier bij heeroom het ambt van koster en werd later zelf ook priester. Onze archieven melden dat deze als kapelaan te Maastricht uitschitterde door zielenijver en bij het uitbreken van een cholera-epidemie zeer jong stierf.
Pastoor Vanderhoeven ging bij de bevolking van Neerharen door als een vroom en arbeidzaam priester, stond bekend als een uitstekend zanger en was bedeeld met grote muzikale kennis.
Bij zijn dood werd hij begraven op ons kerkhof, waarschijnlijk tegen een der buitenmuren van de oude kerk,waartegen zijn grafsteen rechtop stond. Dit blijkt uit het grafschrift in het portaal van onze nieuwe kerk, waarheen na afbraak van het oude kerkgebouw in 1875 deze steen werd overgebracht.
“Hiertegenover liggen Willem Vanderhoeven gestorven de .. september 1729 en zijn huisvrouw Maria Dubois gestorven de 4 februari 1735.
Beide ouders van E.H. NICOLAAS VANDERHOEVEN pastoor dezer parochie, gestorven de 30 juli 1791 in de ouderdom van 77 jaar en 44 jaar pastoor. Bid God voor de zielen.”

 

 

XIII   PIERRE COENENGRACHTS   1791-1792 

Pastoor Coenengrachts was geboortig van Herderen en verbleef slechts een jaar als herder te Neerharen. De Oorzaak van zijn vroegtijdig vertrek moeten we waarschijnlijk zoeken bij de lamentabele toestand van de kerk, maar ook bij de onbewoonbare pastorie, die op invallen stond. Destijds stond de pastorie naast de kerk, waar thans de nieuwe parochiezaal staat

Pastoor Coenengrachts werd in 1792 overgeplaatst naar Riemst.

 

 

XIV   LAMBERT SMEESTERS   1792-1816  

Lambert Smeesters, geboren te Maastricht in 1749, werd na zijn priesterwijding benoemd tot rector bij de adellijke dames op het kasteel van Hocht.
In 1792 werd hij als herder naar Neerharen gezonden om er 24 jaar te vertoeven. Onrechtstreeks danken wij aan deze benoeming onze huidige pastorie.
Het kasteel van Hocht was namelijk zijn oud-rector zodanig genegen,dat de abdij niet toeliet, dat hij zijn intrede deed in de totaal vervallen pastorie naast de kerk, maar hem een nieuwe woning schonk, die op onze dagen nog in gebruik is, en de huidige pastoor huisvest.
Nochtans heeft deze pastoor niet veel gelukkige dagen gekend.
De kerkvervolging van de Franse revolutie had ook in Neerharen zijn weerslag.
Pastoor Smeesters weigerde de voorgeschreven eed van trouw aan de Franse bewindvoerders af te leggen en om niet op transport gezet te worden zocht hij zijn redding in de vlucht.
In 1798 nam hij afscheid van zijn parochianen om zich te verbergen op de hoeve van Willem Vanderhoeven. Zijn verblijfplaats kwam echter ter ore van de bezetter en hij vond een nieuw schuiloord bij pachter Beaujean op Hocht, waar hij 16 maanden verbleef.
In al deze tijd zat Neerharen zonder herder en er werden 18 personen zonder lijkdienst begraven. Nochtans zorgde pastoor Smeesters ervoor allen in het geheim te berechten en ook de nodige doopsels in de huizen bij valavond toe te dienen.
In 1800 kon hij weer terugkeren naar zijn pastorie om er in 1816 in de leeftijd van 67 jaar rustig te overlijden.
Pastoor Smeesters ging in Neerharen door voor een heilig man en was zeer geliefd bij de bevolking.
 

 

 

XV   KAREL VANGELEEN   1816-1837

Evenals zijn voorganger was ook priester Vangeleen Maastrichtenaar en kwam, na eerst kapelaan te zijn geweest van de Sint-Servaas van zijn geboortestad, in 1816 naar Neerharen.
Hij vond er een zeer moeilijke taak. Tengevolge van de Franse revolutie waren alle kerkelijke goederen door de staat verbeurd verklaard.
Alle betaalmiddelen waren dus niet enkel aan de parochie maar ook aan de pastoor ontnomen.
De parochianen moesten voor zijn levensonderhoud instaan. De gemeente verplichte zich hem jaarlijks voor zijn diensten 500 Luikse goudguldens te betalen.
Nochtans hield pastoor Vangeleen het hoofd boven water. Ondanks de geringe middelen waarover hij beschikte, slaagde de hij erin de nodige restauraties aan zijn kerk uit te voeren.
Zo bevond zich in de oude kerk de hoofdingang aan de zijkant. De pastoor deed deze poort dichtmetselen en een nieuwe ingang maken onder de toren door.
Maar onder deze toren stond een stuk van grote waarde geborgen, nl. de doopvont.
De onkundige werklieden hebben toen bij het doorbreken van die toren dit kunstwerk in gruizelementen geslagen. De pastoor was er niet bij ,hij lag ziek te bed.
Inderdaad was pastoor Vangeleen in zijn laatste levensjaren ziekelijk en gebrekkig en kreeg zes jaar bijstand van een kapelaan, die later opvolger zou worden met name Willem Paulussen.
Pastoor Vangeleen was 21 jaar pastoor en zijn grafsteen bevindt zich in het portaal van de kerk. We kunnen er op lezen:
“Hier ligt begraven CAROLUS VANGELEEN geboren te Maastricht
Den 26 mei 1772 en alhier overleden den 11 november 1837”

 

XVI     WILLEM PAULUSSEN   1837-1839

Pastoor Willem Paulussen werd geboren te Caberg in 1801 en was na zijn priesterwijding eerst 4 jaar werkzaam als kapelaan te Elen. Vandaar werd hij in 1831 overgeplaatst naar Neerharen om pastoor Vangeleen vanwege zijn slepende ziekte bij te staan.
Na dezer dood werd hij in 1837 tevens zijn opvolger maar zou helaas zijn ambt maar twee jaar uitoefenen.
Zijn vroege dood, amper 38 jaar, was te wijten aan een droevig ongeval.
Op zekere avond ging hij te voet naar Boorsem om te luisteren naar een sermoen van een Missie. Door de duisternis misleid viel hij echter na afloop van de late plechtigheid bij het uitgaan van de kerk en kwetste zich aan een zijner benen. Het zogenaamde “koude vuur” maakte zich meester van de wonde en na enkele dagen overleed hij.
Hij werd te Neerharen onder grote belangstelling begraven en nu nog prijkt zijn graftombe in het portaal van de kerk vlak naast de steen van zijn voorganger,die als kapelaan trouw diende.
Men leest er de volgende tekst:
“ Bid voor de ziel van zaliger den :
 

EERWAARDE HEER PETRUS WILHELMUS PAULUSSEN

Geboren den 20 april 1801 te Caberg, priester gewijd in 1827 Kapelaan te Elen vier jaren,   coadjutor in Neerharen zes jaren en alhier pastoor sedert december 1837 en en eindelijk den 10 januari 1839 in het midden zijner in de heer onvoorzien overleden”

 

 

XVII   HENRI RUTTEN   1839-1842  

Pastoor Henri Rutten was afkomstig van Kessenich en was eerst Kapelaan in Lanaken.
Vandaar kwam hij na een vroegtijdige dood van Pastoor Paulussen naar Neerharen.
Hij verbleef maar drie jaar in de parochie. Daar een nieuw kerkgebouw in het verschiet lag,
waartegen hij opzag, verkreeg hij zijn verplaatsing in 1842 naar Elen, waar hij nog 30 jaar het pastoorsambt waarnam om er in 1872 te overlijden.

 

XVIII     MATHY KUMMEL   1842-1844 

Na de overplaatsing van pastoor Rutten naar Elen werd ter ruiling de Kapelaan van Elen naar Neerharen gestuurd met de opdracht een nieuwe kerk te bouwen. Mathias Kummel was geboortig van Maaseik.
Hij kon echter zijn plannen niet uitvoeren,want een kwijnende ziekte overviel hem en hij stierf al na een verblijf van één jaar op 27 december 1843 op de nog jeugdige leeftijd van   39 jaar.  

 

 

XIX   NICOLAAS MICHIELS   1844-1876

Pastoor Nicolaas Michiels werd in 1812 te Grubbenvorst geboren.
Hij werd de grote plannenmaker, uitvoerder en zelfs schuldelger van de nieuw te bouwen kerk, die tenslotte door zijn opvolger pastoor Bollen zou worden voltooid.Dit tweetal bouwde een kerk, die met uitzondering van de kerk van Leut zijns gelijke in de ganse Maasvallei niet vond.
Voor dat pastoor Michiels naar Neerharen kwam, was hij zes jaar kapelaan te Millen.
Te Neerharen verbleef hij 32 jaar. Bij zijn aankomst liet hij de pastorie, die in een desolate toestand verkeerde, herbouwen en vergroten en gaf haar huidige vorm.
Zijn grootste zorg werd echter de bouw van de nieuwe kerk. Toen men na zijn dood zijn testament opende, stelde men vast,dat hij al zijn goederen en bezittingen aan de nieuwe kerk had vermaakt : 12 hectaren grond met twee huizen gelegen te Kessel en te Swolgen.
Pastoor Michiels mocht de bouw van de nieuwe kerk niet beleven, want hij stierf te Neerharen op 22 maart 1876, na op het feest van Sint-Jozef nog de H Mis te hebben opgedragen.
Hij werd begraven voor de hoofdingang van de kerk.
 
 Knipsel1Knipsel

 

XX   WILLEM BOLLEN    1876-1879

Pastoor Bollen werd geboren te Genk in 1841. Na zijn priesterwijding was hij 5 jaar kapelaan te Achel en nadien nog 7 jaar aan de Sint-Jan van Tongeren.
Na het overlijden van pastoor Michiels werd hij als nieuwe herder naar Neerharen gezonden.
Hij zette zich zonder aarzelen aan de arbeid om de uitgewerkte plannen van zijn voorganger tot uitvoering te brengen.
Reeds in het jaar zijner aankomst werd overgegaan tot de eerste steenlegging en de plechtige wijding vond plaats op 24 juli 1878.
De vreugde van pastoor Bollen zou echter niet van lange duur zijn. Een steeds erger wordende maagkwaal ondermijnde zijn gezondheid.
Hij stierf op 15 september 1879, betreurd door al zijn parochianen in de leeftijd van 38 jaar.
Nauwelijks een jaar na de voltooiing van het nieuwe kerkgebouw.

 

XXI     HENRI PEETERS   1879-1917

Tot opvolger van de diep betreurde en te vroeg gestorven pastoor Bollen werd als nieuwe herder aangesteld Henri Peeters, die geboren werd te Tegelen in 1840.
Na zijn priesterwijding in 1866 werd hij eerst 10 jaar kapelaan te Aubel en daarna nog 4 jaar te Lanaken, van waaruit hij in 1879 als herder naar Neerharen kwam, dat destijds maar nauwelijks 500 inwoners telde.
Bij zijn aankomst vond hij natuurlijk tot zijn grote vreugde een nieuw pas gebouwde kerk.
Maar van binnen was ze nog leeg en kaal. Tijdens zijn ambtsperiode zou hij haar moeten voorzien van het nodige meubilair. Zo zorgde hij o.a. : voor de preekstoel, biechtstoelen, communiebank, altaren, orgel, kruisweg, kerkgewaden, beschildering….enz.
Ook wordt hij in 1906 vernoemd als stichter van de plaatselijke Boerenbond.
Zijn vrije uren besteedde hij aan de studie van de plaatselijke geschiedenis, zodat dankzij zijn interesse vele gebeurtenissen vanuit en voor zijn tijd bekend bleven.
Hij kopieerde de oude archieven van zijn voorgangers en hield alle belangrijke feiten uit zijn parochie regelmatig bij in een speciaal boek, dat thans nog op de pastorie bewaard wordt.
In 1917 verliet hij onze parochie om op rust te gaan bij zijn familie in Nederlands Eisden.
Daar stierf hij tijdens de eerste wereldoorlog in 1918
 

 

XXII       JOSEPH HAUBEN   1917-1927

Pastoor Joseph Hauben werd geboren in Uikhoven op 22 november 1872 en begon zijn loopbaan als leraar aan de colleges van Hasselt en Saint-Roch, waarna hij benoemd werd tot directeur van het Heilig-Hart College te Mechelen-aan-de-maas.
In 1917 kwam hij naar Neerharen. Hij stond bekend om zijn joviale omgang en richtte in 1924 samen met Mej Jeanne Claessens de vrouwengilde op.
Na een verblijf van 10 jaar werd hij in 1927 benoemd tot Deken van Maaseik. Hij werd ziek en men bracht hem over naar zijn familie in Rekem, waar hij overleed op 28 november 1929.
Zijn laatste wens was begraven te mogen worden te Neerharen, waar een platte grafsteen voor de ingang van onze kerk ons nog steeds herinnert aan deze nobele priester.
 

XXIII     JAN SEGERS 1927-1953

Pastoor Jan Segers werd geboren te Neeritter op 22 januari 1882.
Na zijn priesterwijding werd hij in 1906 kapelaan te Sint-Truiden. Na eerst 5 jaar pastoor te zijn geweest te Gotem werd hij in 1927 naar Neerharen gezonden als opvolger van pastoor Hauben. Pastoor Segers was een neef van Mgr. Rutten, bisshop van Luik.
In 1939 liet hij onze kerk opnieuw schilderen. Hij was de oprichrter van de bond van het H. Hart. In 1953 vertrok hij op rust naar Maaseik, waar hij schielijk overleed op 23 december 1962 op de leeftijd van 80 jaar.

 

XXIV   PIETER PALMANS 1953-1961

Pastoor Pieter Palmans werd geboren te Peer op 14 juni 1902.Na zijn priesterwijding werd hij eerst enkele jaren leraar aan het college te Herstal en daarna kapelaan te Leopoldsburg, om in 1953 naar Neerharen te komen. Pastoor Palmans zorgde o.a. voor de verfraaiing van onze kerk. Hij plaatste er nieuwe stoelen en zorgde voor passende misgewaden. Hij was de oprichter van het Marialegioen en de Mijnwerkersbond en maakte een begin met liturgische vernieuwingen. In 1961 werd hij als pastoor overgeplaatst naar stokkem.

  
 XXV     EMILE BROUWERS     1961- 1982

Geboren te Sittard op 12 juni 1910 werd hij priester in 1936.
Hij was eerst kapelaan te Welkenraedt en dan te Slenaken. Bij de bevrijding in 1945 werd hij kapelaan te Meeuwen. Na een verblijf aldaar van 10 jaar werd hij in 1955 pastoor te Meeswijk om in 1961 overgeplaatst te worden naar Neerharen.
Hij was een doener, hij verfraaide de kerk en liet er centrale verwarming in plaatsen.
Zo bouwde hij de parochiezaal die nu nog door de gemeenschap gebruikt wordt.
Ook de liturgische verandering werd met hem doorgevoerd.
In 1982 verliet hij Neerharen en werd Rector in het rusthuis Sint-Jozef te Tongeren.
In 1994 ging hij op rust in het Woon en zorgcentrum te Tongeren, waar hij overleed op 18 januari 2006 , op een leeftijd van 96 jaar. Zijn laatste wens was, begraven te worden te Neerharen.
Pastoor Emile Brouwers ligt begraven, links voor de ingang van de kerk.

  

XXVI FRANZ SCHIFFLERS   1982- 1986

 

Pastoor Franz Schifflers werd geboren in Aken op 14 januari 1920.
Hij werd priester gewijd in Luik op 4 juli 1943, waarna hij onderpastoor werd in
Sainte-Marie-Des-Anges in Luik. Op 1 augustus 1948 werd hij onderpastoor in de parochie
Sint-Odulphus in Borgloon. Vanaf 1 oktober 1961 werd hij pastoor in Kiewit-Hasselt.
Daar zijn voorganger Emile Brouwers Rector in Tongeren was geworden werd hij vanaf 1 mei 1982 de nieuwe pastoor van de Sint-Lambertusparochie in Neerharen.
Pastoor Franz Schifflers was een vrome priester een man van gebed.
Hij leefde somber en was in dienst van zijn parochianen.
Op 1 januari 1986 is hij op rustpensioen gegaan.
E.H. Schifflers Franz is op 25 oktober 2010 overleden in Eindhoven.

 

XXVII   AUGUST VANHERCK 1986-